| Waan en werkelijkheid (Lukas 7: 36-50) |
|
|
|
| zondag, 13 november 2011 | |
|
Wat een prachtig bijbels thema is dit! Eigenlijk gaat de héle bijbel over dit thema: Wat is ‘waan’ en wat ‘werkelijkheid’? En speciaal als het gaat over Jezus...! Behoort Jezus in het rijk van de ‘waan-denkbeelden’ of is Hij werkelijkheid? Het antwoord op die vraag hangt vooral af van hoe dicht bij Jezus je durft te komen. Ben je bereid om op speurtocht te gaan? De organisatoren van GLOW 2011 kijken precies zo naar hun thema. Ze schrijven op hun website onder het tabje ‘Thema’ het volgende, en ik citeer: “Waan en werkelijkheid zou je een verlicht thema kunnen noemen. Het raakt aan speurzin en ontdekken, aan een zoeklicht en een heilig vuur dat de mens kan voortdrijven op zoek naar een mysterie, iets dat (nog) niet gekend, laat staan gezien is.” ‘…, op zoek naar een mysterie dat (nog) niet gekend, laat staan gezien is.’ Ik wil u uitdagen om deze woorden ook eens te betrekken op Jezus. Op zoek naar Jezus, iemand die (nog) niet gekend, laat staan gezien is.’ Daar horen vragen bij als: Durven wij naar Hem op ontdekkingstocht te gaan? Heb je speurzin genoeg om Jezus in je zoeklicht te krijgen? Deze vragen gelden overigens écht voor iedereen: niet alleen voor hen die weinig weten van het christelijk geloof. Jezus is niet Iemand die je na een paar jaar geloven wel zo’n beetje doorhebt. Andersom wél: Jezus heeft u en mij direct door. Maar voor ons blijft Jezus vaak iets ongrijpbaars hebben. En daarom is het goed om nu weer eens speciaal onze aandacht te richten op die éne Man waar alle christenen naar vernoemd zijn: Christus, Jezus. Wat vraagt dat van ons? In elk geval zoals gezegd dus speurzin, het willen weten wat nu ‘waan en werkelijkheid’ is aan Jezus. Maar je moet je wel openstellen. Je eigen beeld van Jezus van vraagtekens durven voorzien. Ook dat heeft GLOW 2011 heel goed begrepen. Ik citeer weer: “de kijkers zullen zich moeten overleveren aan de mysterieuze krachten die op ze worden losgelaten.” In de kerk hier, hebben we het trouwens niet over ‘mysterieuze krachten’, maar over God die door Zijn Heilige Geest in ons wil werken. Geen vage ‘mysterieuze kracht’ dus, maar God zelf die door Zijn Geest tot ons komt. En dan zegt Glow het wel erg sterk: “de kijkers zullen zich moeten overleveren aan de mysterieuze krachten die op ze worden losgelaten.” Zo extreem zeggen wij het hier niet, je wordt niet aangevallen door God. Maar…. toch is Gods Geest ook weer niet Iemand die maar afwacht hoe de vlag er bij ons bijhangt. God gaat Zijn eigen weg, onafhankelijk van mensen. God gaat niet mee met de ‘waan’ van alledag, maar brengt ons eenvoudig Zijn werkelijkheid. Gemeente van Jezus Christus, ‘Waan en werkelijkheid – rondom Jezus’. Dat is waar wij het over gaan hebben. Dit thema komt ook terug in het gedeelte dat wij hebben gelezen uit de Bijbel, uit Lukas 7. De schrijver van dit gedeelte, Lukas dus, heeft in dit hoofdstuk 5 gebeurtenissen uit Jezus’ leven bij elkaar gezet. En al die gebeurtenissen hebben dit ene thema: ‘Wie is Jezus?’ – En dan is dat geen filosofische vraag, maar een vraag die met je leven te maken heeft: Wie is Hij nu écht? .. Of met de woorden van het thema: Wat is nu ‘waan’ en wat is nu werkelijkheid als je het hebt over Jezus? Elk onderdeel van Lukas 7 geef daar een stukje van een antwoord op. We kijken nu alleen naar de 5e gebeurtenis, de maaltijd bij Simon. Maar .. wie dus meer wil weten, kan later nog terecht in héél Lukas 7. Één ding wil ik wel in het algemeen zeggen over al deze 5 verhalen: ze laten allemaal zien dat Jezus niemand afwijst. Lukas schrijft hoe Jezus contact maakt met een niet-jood, met een dode, met een half-depressieve man, met een zelfverzekerde beroepsgelovige en een vrouw van bedenkelijke zeden. Jezus laat Zich dus kennen als een toegankelijk persoon. En dan moet het met die ‘waan en werkelijkheid’ ook wel goedkomen denk ik. Van een afstandelijke god kun je immers geen hoogte krijgen. Jezus is ANDERS, dichtbij, niet afwijzend. Laten we gaan kijken naar het stukje van Lukas 7 dat we hebben gelezen. We hebben in dit gedeelte te maken met 3 hoofdpersonen. Ik stel ze aan u voor: 1. Simon. Simon is een Farizeeër, d.w.z. een zeer religieus mens die zijn beroep heeft gemaakt van het bestuderen van de Bijbel. Behalve bijbellezen waren Farizeeërs als Simon actief in de maatschappij in de politiek en op sociaal terrein. 2. Een vrouw. – We weten niet veel van haar. Ze wordt niet bij name genoemd. In heel het stuk zegt ze geen wóórd! Ze stond breed bekend als een ‘zondige vrouw’ – maar er wordt niet gezegd wat haar zonde dan precies was. 3. Jezus. – Reist rond door Israël, zegt dat Hij God is en haalt zich daarmee de woede van vooral de Farizeeën op de nek. ‘Zondaren’ blijken zich vreemd genoeg juist wél thuis te voelen bij Hem…. De gebeurtenis waarvan Lukas nauwkeurig verslag doet, is een maaltijd. Het kwam in die dagen vaker voor dat een Farizeeër zijn huis openstelde voor een maaltijd. Tijdens zo’n maaltijd werd vaak een al dan niet bevriende collega uitgenodigd voor een theologische discussie. Men liet de voordeur dan bewust openstaan zodat geïnteresseerden binnen konden komen om mee te luisteren. Wij noemen dit tegenwoordig ‘Paul & Witteman’ – maar dan zonder eten. Terwijl Jezus daar aan tafel ligt, komt er ineens een vrouw binnen. Ze had Jezus eerder gehoord, en komt er achter dat Hij nu in het huis van Simon is. En wat een geluk: normaal zou ze er nooit binnenkomen, maar nu staat Simons voordeur wagenwijd open. Ironisch, vind u niet? Ook wel humor: De weledele heer Simon wil net onder het genot van een hapje en een drankje Jezus eens flink aan de tand voelen in een stevige theologische discussie, als er een vrouw binnenkomt van twijfelachtige moraal die geen woord zegt, maar wél Jezus’ hart steelt…. Over ‘waan en werkelijkheid’ gesproken…. Simon waande zich een waardige gesprekspartner van Jezus, maar de enige die echt met Jezus praat is een zondige vrouw waar geen enkel woord uitkomt. En let maar op: we krijgen nog veel meer ironie / humor te zien. Wat doet die vrouw? Ze komt binnen en loopt op Jezus’ voeten af. Jezus lag op een soort lage bank met Zijn voeten van de tafel af (een soort lounge-bank), dus dat kon prima. Ze heeft een fles met kostbare zalf bij zich. Dan barst ze in tranen uit. In de grondtekst, het Grieks, staat een woord dat ook gebruikt wordt voor ‘zware regenbui’. Het bleef dus niet bij een traantje wegpinken. Ze is emotioneel zeer betrokken op de Man bij wiens voeten ze nu staat. Wat ze vervolgens doet, is in de cultuur van die dagen zeer, zeer bedenkelijk: ze maakt haar haren los. Die associatie hebben wij niet, maar destijds was het gewoon onzedelijk om dit en plein publique te doen. En je snapt het niet hè: ze stond al als ‘zondig’ bekend, en dan maak je het nog erger. Met een slechte reputatie toch binnenlopen bij een beroepsgelovige, je emoties laten zien, zeer kostbare zalf gebruiken om Jezus voeten te verzorgen… Deze vrouw moet wel een bijzonder goede reden hebben om dit toch allemaal te doen. Wat is er tussen haar en Jezus gebeurd? Simon zit het ondertussen met stijgende verontwaardiging aan te kijken. Hij had toch een respectabele – zij het vreemde – bijbelleraar uitgenodigd? Iemand die namens God zei te spreken? Hoe kan deze Jezus dan dit toelaten? Weet hij niet hoe deze vrouw bekend staat in de buurt? …. Nee, kennelijk niet. En Simon is snel met zijn conclusie: als deze Jezus echt een ‘man van God’, een ‘profeet’ zou zijn, dan had Jezus zich niet ingelaten met deze slechte vrouw, deze zondares. De ‘waan’ waarin Simon leeft, is dus: ‘Jezus is alleen geschikt voor moreel hoogstaande mensen’. ‘Jezus en zondaren passen niet bij elkaar. Ik ben bang dat de kerk dit beeld vaak bevestigt. Gelovigen maken nog wel eens (bewust of onbewust) de indruk dat hun levensstijl wel zó goed is, dat Jezus hen wel moet toelaten in de hemel. Daarmee wekken ze de indruk dat je bij Jezus dus niet kunt aankomen met je problemen, zorgen en zonden. Simon zou zeggen: ga je eerst maar eens wassen, gebruik die parfum om jezelf wat op te fleuren, en kom dan maar eens terug bij Jezus. De WERKELIJKHEID is echter dat Jezus juist aantrekkelijk is voor zondaren. Volgens het woordenboek betekent ‘zondaar’: ‘iemand die zonde doet’. Met zo’n uitleg schiet je niet veel op natuurlijk. Beter is misschien om aan het woord ‘zonde’ de letter ‘r’ toe te voegen: ‘zonder’. Een zondaar is iemand die ‘zonder’ is… zonder God namelijk. Het gaat bij zondaar niet in de eerste plaats om verkeerde daden, maar om ‘zonder of mèt God leven’. En pas als je dat doorhebt, dat je dus zonder God leeft, dan ben pas een echte zondaar. En dat is goed nieuws…. Want Jezus past uitstekend bij zondaren. Mensen zonder God worden namelijk door God weer opgezocht. En het gaat ook andersom: mensen die er achter zijn gekomen dat ze God kwijt zijn, dat ze dus zonder/zondaar zijn, die gaan op zoek. Wie kan dat gat vullen? Aan de reactie van deze vrouw kunnen we zien dat zij God heeft gevonden. Ze weet wie Jezus is. Haar zonden zijn haar vergeven. Of: om dit anders te zeggen: Haar ‘zonder-God-zijn’ is een ‘mèt-God-zijn’ geworden. En daarom staat ze hier bij Jezus, bij God zelf. Simon ziet dit niet… En opnieuw proef ik de ironie… Simon denkt dat Jezus geen onderscheidingsvermogen heeft, maar Jezus blijkt ‘toevallig’ exact te weten wat hij denkt. En dan is het Jezus’ beurt. Hij begint een gesprek met Simon. Dat gesprek heeft de vorm van een anekdote, een verzonnen verhaal met een boodschap. Simon was als Farizeeër gewend aan deze vorm van discussiëren. Maar, .. toch is hij op z’n hoede…. Meestal zit er een vraag aan zo’n verhaaltje vast, en Simon weet inmiddels dat je niet te snel het achterste van je tong moet laten zien. En dan vertelt Jezus een verhaal over geld. Dat is slim, want zodra het over geld gaat, luistert meestal iedereen. Het verhaal gaat zo: “Er is een schuldeiser die twee mensen hun schuld kwijtscheld. Er zit echter nogal verschil in de schulden. De ene persoon hoeft 2 maandlonen niet terug te betalen, de andere krijgt echter ruim 1/3e jaarloon kwijtgescholden.” Dan komt de vraag: ‘Simon…, wie van die 2 schuldenaars zal de schuldeiser het meest liefhebben?’ Wat zou Simon zeggen? Opnieuw proef je de humor: Simon moet een verschrikkelijk simpele vraag beantwoorden, maar doet dat uiterst voorzichtig: ‘Ik denk, ik veronderstel, ik ga er van uit (zo moet je de grondtekst ongeveer vertalen).. dat hij het is aan wie hij het meeste kwijtgescholden heeft.’ Het lijkt er op alsof Simon inmiddels door heeft waar Jezus heen wil met dit verhaal. Jezus stelt Simon gerust: ‘Dat heb je goed gezien’, zegt Hij. De liefde van diegene die het meest is vergeven, zal het grootst zijn. Wat doet Jezus hier? Jezus legt hier een verband tussen ‘dankbaarheid (voor kwijtschelding van je schuld)’ enerzijds, en ‘liefde’ anderzijds. Die link moeten we nu even goed vast proberen te houden. Dan maakt Jezus een onverwachte beweging. Het staat er ook letterlijk: Jezus “keerde zich om naar de vrouw – en zei tegen Simon”. Je leest er zomaar overheen… maar dat moet je je eens heel letterlijk voorstellen. Jezus zegt iets tegen persoon A, maar keert Zich ondertussen naar persoon B. Simon moet wel van zijn comfortabele ligbank afkomen om nu te zien waar Jezus hem op wijst. En het kan niet erger…! Hij, Simon, De Farizeeër, moet hij nu leren van deze zondares? Ja. Simon wordt met gevoel voor humor over het randje van zijn eigen waan-eilandje geduwd, om kopje onder te gaan in de zee van Gods werkelijkheid. ‘Heb je gezien, Simon, wat deze vrouw heeft gedaan voor mij? Heb je gezien hoe ontzettend veel liefde zij aan Mij bewijst? Ze heeft mijn voeten gewassen, mij een kus gegeven, mijn voeten gezalfd.’ Het gaat hier om drie dingen die gastheren in die dagen konden geven aan hun gasten. Het was niet verplicht om dit te doen, maar wilde je een gast echt eren, dan liet je deze dingen zeker niet na. Simon had veel meer kunnen doen dan hij uiteindelijk deed. En hoewel je in de woorden van Jezus geen verwijt aan het adres van Simon hoort, hoor je toch wel een nadrukkelijke waarschuwing. Jezus stelt deze onbekende en zwijgzame vrouw ten voorbeeld aan de zelfverzekerde Simon. “Simon, Ik ken jou, maar ik ken ook deze vrouw. De liefde die zij mij geeft is een gevolg van iets wat zij heeft gekregen, namelijk: vergeving. En natuurlijk, je hebt gelijk: dit is een zondares. Maar: haar vele zonden en tekortkomingen zijn haar door God vergeven. Dat kun je zien aan hoe zij op mij toekomt en hoe ze mij behandelt.” Het gaat hier dus om die link die ik net noemde: vergeven zijn en liefde tonen. De liefde van de vrouw was geen voorwaarde om vergeving te krijgen; Nee: de liefde was een gevolg van die vergeving. En omdat zij een grote schuld had, net als die ene persoon in het verhaal, heeft zij ook grote liefde voor degene die haar vergeven heeft. Die schuldeiser in het verhaal staat symbool voor God. God eist van mensen dat ze de schade als gevolg van hun zonden, terugbetalen. Ik kan er nu niet diep op ingaan, maar laat nu duidelijk zijn dat de bijbel het probleem van de zonde niet uit de weg gaat. Geen zand erover, niets onder het tapijt of in de doofpot. Bij de dokter wil je ook dat hij eerlijk is in de diagnose, je wilt niet misleid worden. Zo is God ook. Eerlijk zijn! Zonden benoemen. Trouwens, op geen enkele manier krijg je ze anders weg. Dat kun je ook gewoon om je heen zien trouwens. Je kunt je schandalen meestal niet lang verbergen – zeker niet in het YouTube-tijdperk. Je leeft in een waanwereld als je denkt dat je je eigen tekorten wel in het donker kunt houden. Misschen voor mensen, maar niet voor God. God haalt de dingen voor het voetlicht. En dan hangt alles af van wie God is. Een wrede schuldeiser? Is Hij genadig? Daar hangt alles van af. Wie God is, dat zie je hier in Jezus. Daarom gaat het in de kerk uiteindelijk steeds over Hem. En kijk zelf maar: Jezus blijkt aantrekkelijk voor mensen die van zichzelf moeten zeggen: ik kom veel – alles tekort. Ik leef zonde’R’ God – en dat gaat mijn eeuwige dood worden… Uit de praktijk van 2000 jaar christendom blijkt dat juist deze mensen in de categorie ‘hulpeloos’, Jezus altijd even onweerstaanbaar hebben gevonden als deze vrouw. En uit eigen ervaring kunnen deze mensen ons vertellen – en ze zitten ook hier in de kerk – hoe Jezus hen niet heeft afgewezen. Ze kunnen vertellen hoe Jezus geen voorwaarden aan hen stelde. Wij kunnen vertellen dat Jezus onvoorstelbaar geduldig is met ons en onze zwakheden. Dat is de werkelijkheid m.b.t. Jezus: Zonden komen op tafel om vervolgens tot in alle eeuwigheid weer van diezelfde tafel te worden afgeveegd. WEG schuld, weg blok aan je been, weg onrust, weg uitzichtloosheid…. Welkom licht, welkom vreugde, welkom humor, welkom nieuwe mogelijkheden, welkom liefde voor God en de wereld…! Deze liefde is van een bijzondere soort – dat mag duidelijk zijn. Deze nieuwe liefde komt voort uit het feit dat je schuld vergeven is. Alleen deze soort liefde kan de koers van je leven zinvol veranderen. Wil je van ‘waan’ naar werkelijkheid’ gaan, dan is de enig weg die van de vergeving van je zonden: oftewel: het opheffen van je ‘zonde’R’ God zijn. Simon had moeite met het feit dat Jezus Zich liet associëren met moreel slechte, zondige mensen. In feite zat zijn beeld van God hem dwars. Simon zag God als iemand die achter een hemels loket toegangskaartjes verkoopt voor moreel zuivere mensen. Zelf deed hij zijn uiterste best om zo zuiver mogelijk te leven – dat was hij als Farizeeër wel aan zichzelf verplicht. Natuurlijk, Simon zal ongetwijfeld geweten hebben dat hij af en toe een misstap maakte. Als rechtgeaarde gelovige zal hij zich daarover ongetwijfeld rot hebben gevoeld. Hij wist wel dat hij zo niet bij God kon aankomen. Dan maar nog beter je best doen…. Simon zat zijn deugden en zonden te tellen en hoopte dat de balans positief zou uitslaan. Deze vrouw wist: het gaat niet om goede en slechte momenten, maar om met of zonder God leven. Dat is de werkelijkheid van Jezus: Eerlijk over de schuld, maar tegelijk nooit afwijzend, maar juist vergevend. Simon leefde in de waan dat God dat niet kan combineren: eerlijk over persoonlijke schuld EN tegelijk vriendelijk naar mensen die tot Hem komen. De vrouw had de werkelijkheid ervaren: Ik mag komen. Ik ben vergeven. Jezus vergeeft je zonden. En dat is dus nadrukkelijk geen boekhoudkundige aangelegenheid. Jezus is geen boekhouder die je weer laat gaan als je je schuld op nul euro hebt weten te krijgen. Hij heeft door Zijn eigen dood mogelijk gemaakt om vergiffenis te krijgen. Maar dan begint het eigenlijk pas allemaal. Je ontvangt liefde Gods liefde, en je gaat die aan Hem teruggeven. Zie de vrouw uit dit verhaal. Jezus is hier niet lijfelijk aanwezig, maar Hij heeft ooit gezegd: als je liefde betoont aan anderen om je heen, zal Ik dat rekenen alsof je het aan mij persoonlijk hebt gedaan. Waar komt het dan tenslotte op aan? Het komt er op aan of wij in de woorden van GLOW 2011 bereid zijn om open en onderzoekend ons te richten op Jezus. Dat geld voor ons allemaal, of we Jezus nu persoonlijk kennen of (nog) niet. Wij moeten in ons hart een besluit nemen over wie Jezus voor ons is. Al overzien we Hem nooit helemaal, toch moet er een soort ‘principebesluit’ komen. De uitkomst van ons beraad over Jezus bepaalt in wiens voetsporen we treden. Is Jezus een interessante gesprekspartner? Dan kunt u Simons voorbeeld volgen en iets van een lunch-meeting organiseren. Het is te hopen dat er dan bij die lunch nog een zondaar binnen komt vallen. Zo niet, is uw leven als een prachtige margriet – waarvan u de bloemblaadjes plukt: Ik ben goed – God accepteert me wel / ik heb een fout gemaakt – God wijst me af / Ik ben goed – God accepteert me wel / ik heb een fout gemaakt – God wijst me af.... en zo voorts. En kijk nu eens wat er van die prachtige bloem over is gebleven.... Is Jezus voor u méér dan een gesprekspartner? Dan kunt u ook wel zwijgen, net als deze vrouw deed. Kom gewoon. Met heel je reputatie, onhebbelijkheden, zwakheden, zonden, schuld. Dan lijk je op een bloembol. Ruw, je ziet de bloem helemaal niet. Sommige twijfelen of er uberhaupt wel een bloem uit gaat komen. Maar het geheim van de bloembol zit binnenin. Vergiffenis, iets intiems tussen mij en God. Maar uit deze vergeving groeit de bloem van de liefde. Deze liefde maakt de vergeving van je zonden vruchtbaar voor God en de wereld. Als je weet hoeveel jou is kwijtgescholden... dan laat je zelfs je vijanden bij jou aan tafel schuiven. Waan en werkelijkheid: snijbloem of bloembol ..... Waarom zouden we niet naar Jezus komen? (Eindhoven, 13 november 2011, kand. B. van Werven) |