| Vergeving ontvangen (Psalm 103:1 - 22) |
|
|
|
| zondag, 16 oktober 2011 | |
|
Gemeente van de Here, Van het westen naar het oosten. Hoe ver is dit nu? Stel je reist naar het oosten, trekt door Duitsland, Polen, Rusland, enz. Je kunt altijd verder naar het oosten. En het westen? Je steekt over naar Engeland, Amerika, Rusland… Je komt er nooit. Van het oosten naar het westen is oneindig ver! Had David het noorden en zuiden genoemd, dan zouden wij gelijk denken aan de afstand tussen Noord- en Zuidpool. 12.713 km binnendoor. Door het hart van de aarde. Buitenom is het 20.004 km. Een heel eind. Dat red je niet zomaar, maar het zou kunnen. Nu had David geen idee dat de wereld rond was. Hij dacht aan een platte koek met vier hoeken. Hij wist wel dat je naar het oosten een ontzettend eind kon reizen om handel te drijven. Handelaars zag je dan maanden, soms jaren, niet meer. Als er iets was gebeurd, zag je hen helemaal nooit meer terug. Onbereikbaar ver weg dus. Het westen zag hij als de plek waar de zon ondergaat en het kennelijk altijd donker moet zijn. Waar je niets meer terug vindt. Zo ver als het oosten is van het westen = Van oneindig ver weg tot waar je nooit meer iets terug vindt. Zover verwijdert de Here onze zonden van ons. Hij maakt dat de overtredingen die wij op ons geweten hebben zo ver verwijderd zijn, dat ze niet meer terug te vinden zijn. Ze zijn gewoon weg, blijvend weg. We worden er nooit meer mee geconfronteerd. We kijken naar onszelf. Vergeten wijzelf onze zonden? Er zijn veel zonden die wij niet eens opmerken. We stappen er overheen, zien het niet als zonde, raken er mee vertrouwd, wuiven het weg. Daar komen we natuurlijk niet mee weg. Hoe kunnen wij hier serieuzer mee omgaan? Door meer stil te staan bij de kruisdood van Jezus Christus. Hoe meer wij doorkrijgen wat Jezus voor ons heeft overgehad, hoe meer last wij krijgen van onze zonden. Dan leren wij belijden en vergeving ontvangen. Dit is wat aan de Avondmaalstafel gebeurt. Er zijn zonden waarvoor wij ons wel diep schamen. We hebben het intens beleden, maar vinden het zo moeilijk de vergeving te aanvaarden. Het blijft in onze gedachten terugkomen. We blijven steken en dragen het als een last mee. Dit is niet wat God wil. Hiervoor heeft Hij Jezus niet aan het kruis laten gaan. Hier ligt voor ons maar één ding: de herinnering aan onze zonden loslaten, òmdat de Here het heeft verwijderd. Aanvaarden dàt de Here het heeft weggedaan. Wij mogen het loslaten door de Here er voor te danken. “Here, dank U dat U mijn zonden hebt vergeven en zelfs verwijderd en er niet meer aan denkt!” Dit is de weg tot overwinning. Paulus zou zeggen ‘die zonden bij wijze van spreken kruisigen aan het kruis van Jezus’. Dat ze door Jezus zijn meegenomen in de vergeving die Hij tot stand heeft gebracht aan het kruis. Ik heb wel eens mensen, die er moeite mee blijven houden, gevraagd al hun zonden op te schrijven. En hen daarna gevraagd de woorden van Psalm 103:12 als een kruis er over heen te schrijven. Zo mogen wij de vergeving van al onze zonden toelaten, ontvangen, aanvaarden en geloven. Want juist als het gaat over onze zonden zijn Gods gedachten zoveel hoger dan de onze. Amen. (Eindhoven, 16 oktober 2011, ds. J. Snaterse) |