Page header
Nieuws Preek van de week Het oude evangelie - over de aanhef van de 10 geboden (Exodus 20:2)
dynamisch-menu-plaatje3.png

Kerkenraad

Gerrit van Maren
Reageren>>

Het oude evangelie - over de aanhef van de 10 geboden (Exodus 20:2) PDF Print E-mail
zondag, 03 oktober 2010

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wat voor gevoel had u bij de eerste schriftlezing over de wetgeving op de berg Sinaï? Mij geeft deze tekst vooral het gevoel van een zeer heilige God die hoog boven mij is en ik – ik moet op een grote afstand blijven staan. En ik stel me zo voor dat mensen van alle tijden en plaatsen ook deze afstand ervaren. Al staan de meeste mensen dan niet zelf bij die berg en horen wij tegenwoordig God niet meer zo hardop spreken als toen bij die berg; toch voelen we zich net zo klein als die Israëlieten toen.

Wie zijn wij tegenover die grote en heilige God? En dan die wet! Die wet geeft ons nog meer het gevoel van klein en onbetekenend te zijn. Dat klopt voor een deel ook wel. Wij mensen zijn inderdaad klein. Maar.... klein betekent bij God nog niet onbetekenend! Wij betekenen heel veel voor God! Kijk maar hoeveel moeite God juist doet om Zijn wet aan mensen over te brengen. Mensen van wie Hij vooraf al wist dat het koppige en hardleerse mensen zijn. En toch geeft God de Wet aan ons.... Zijn we dus klein? Ja, dat zijn we. En onbetekenend? Nee, dat zijn u en ik in Gods ogen zeker niet.

Maar, zegt u, hoe zit het dan met die Wet? Als ik dan zoveel voor God beteken, waarom geeft Hij dan wetten? Waarom krijg ik niet de vrijheid in mijn leven om zelf te doen wat ik wil? Wat moet ik eigenlijk met Gods wetten? Natuurlijk, wetten moeten er zijn. Anders wordt het een puinhoop in een mensenleven. Maar het is ook waar dat ik het me niet lukt die wet helemaal te gehoorzamen. En daarom wordt ik er eigenlijk ook bang van. Ik voel me tegenover God zo vaak tekort schieten. Ik faal in Zijn ogen iedere dag.

Wij zullen dat allemaal wel herkennen – dat gevoel van tekortschieten tegenover God. En juist door dat we steeds weer falen hebben wij mensen vaak zo'n haat-liefde verhouding met Gods wetten – en eigenlijk met wetten in het algemeen. Wetten moeten er zijn, en we leggen ze graag aan anderen op; maar ze zelf houden vinden we moeilijk – en soms gewoon onmogelijk. En als we op dat punt zijn gekomen, schuiven we die onmogelijke eisen van de wet maar aan de kant. Uiteindelijk haten wij de wet meer dan dat we de wet liefhebben denk ik. Kijk maar om je
heen. Wetten worden door ons Nederlanders al snel ervaren als knechtend, de vrijheid inperkend. Wij zijn juist trots op onze tolerantie. Niet allemaal wetten, regels en voorwaarden, maar acceptatie en tolerantie. Wetten worden al snel al „betuttelend‟ ervaren.... En juist christenen moeten dan oppassen. Dat zijn de betuttelaars bij uitstek. En dan willen ze hun regels ook nog aan anderen opleggen? God verhoede het!

Maar is het terecht dat wij de wet zo negatief zien? Of zit het probleem ergens anders? Zou het kunnen dat niet de wet het probleem is, maar de mensen die de wet opleggen aan anderen? Kijk: als ik water in de tank van de auto gooi, dan heb ik een fout gemaakt. Ik kan moeilijk boos worden op het water omdat de auto niet wil rijden.... Dat water is wel goed, maar ik gebruik het verkeerd. Laten we er nu eens even van uitgaan dat we de wet ook vaak verkeerd gebruiken, maar dat de wet zelf goed is. Als dat zo is – als de wet dus goed is – dan kan de wet niet hetzelfde zijn als een soort gevangenis. Als de wet goed is, dan zet deze mij niet gevangen, maar geeft mij juist vrijheid.


Want zo gaat dat met dingen die goed zijn: ze dragen bij aan een beter leven; goede dingen zoals zonlicht, rust, muziek, eten, drinken en ontspanning geven de mens adem, de vrijheid om te leven. Zo is het ook goed. Een van de denkers uit de bijbel zegt het zo: ‘(...) ik [prijs] de vreugde, want er is onder de zon niets beters voor de mens dan dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet. De vreugde is zijn metgezel wanneer hij zwoegt op elke levensdag onder de zon die God hem heeft gegeven.’ [Prediker 8:15].

Omdat Gods wet goed is, dan heeft die wet eerder te maken met bevrijding dan met slavernij – toch? Laten we dat gaan testen aan de hand van de Bijbel zelf. Daarvoor moeten we natuurlijk terug naar Exodus 19-20. In hoofdstuk 20 lezen we de Tien Geboden. Maar – we gaan nu eens niet die geboden zelf lezen, maar de aanhef, of „inleiding‟. De aanhef lezen we in vers 2 van Ex. 20. Hier staat: „Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd." In deze korte zin horen we twee dingen: Eerst stelt God Zich aan voor: „Ik ben de HEER, uw God‟. Daarna zegt deze God wat Hij heeft gedaan voor Israël: „Die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.‟ Laten we deze twee gedeelten apart bekijken.

Eerst dus „Ik ben de HEER, uw God.‟ Wat opvalt is dat God Zichzelf voorstelt. Dat is eigenlijk best vreemd. Wist het volk Israël dan niet meer wie Hij was? Ze hadden toch al heel wat meegemaakt zo de afgelopen tijd? En daar bij die berg kon het niemand ontgaan zijn dat er iets bijzonders aan de hand was. Rook en vuur en aardbevingen en een hek om de berg zodat niemand naar boven kon klimmen…. Was er iemand die niet doorhad dat God daar was op die berg? Waarom stelt God Zich dan toch nog voor? Wel, God stelt Zich voor omdat dit een bijzonder en officieel
moment is. Denk maar aan een trouwambtenaar die op het gemeentehuis eerst nogmaals de namen van het bruidspaar voorleest. Natuurlijk weet iedereen hoe de bruidegom en bruid heten, maar toch moet dat volgens de wet (!) wel luid en duidelijk bekendgemaakt worden. Officieel moet afgekondigd worden dat het huwelijk van dit bruidspaar een feit is. Zo is het ook hier bij de berg Sinaï. Hier verbindt God Zich aan Zijn geliefde volk.

Deze huwelijkssluiting heeft een lange voorgeschiedenis gehad – net zoals bij veel andere liefdesverhalen. God begon met één echtpaar Abraham en Sara) uit te kiezen. Hij riep hen en stuurde ze op een levenslange reis. Hun nakomelingen groeiden uit tot een groot volk in Egypte. En daar in Egypte werden ze verdrukt, tot slaven gemaakt. Israël werd een volk van dwangarbeiders in dienst van een tiran. Maar dan kiest God opnieuw! Hij kiest er voor om verder te gaan met een klein volkje van koppige en hardleerse ex-slaven zonder ervaring met een geregeld leven. God kiest mensen uit. Daar mogen we niet aan voorbij gaan. God verkiest. Van die verkiezing hangt alles af. Voordat God ons bevrijdt en voordat Hij Zijn wetten geeft, KIEST God voor ons mensen. Hij kiest zonder voorwaarden te stellen – Hij kiest mij en u uit louter liefde. Dat noemen we nu in de kerk „uitverkiezing‟. Uitverkiezing is dus geen manier om mensen buiten te sluiten, maar om ze juist in te sluiten. God kiest mij – ik had uit mijzelf nooit voor God gekozen... Alles hangt af van Gods keuze voor mij – een koppige en hardleerse ex-slaaf zonder ervaring met een geregeld leven. Omdat alles afhangt van Gods verkiezing, kan God ook (om zo te zeggen) grote risico's nemen.

De eerste activiteit die God namelijk met hen onderneemt is een reisje van 40 jaar door een brandend hete woestijn zonder fatsoenlijk eten en zonder water.... Hoe moet dat ooit goedkomen? Het is goedgekomen omdat God steeds weer kiest om door te gaan. Niet als een meegaande vader die alles maar goed vindt, maar als een Vader die Zijn kinderen een goed Leven (met een hoofdletter) wil geven. Wat we nu dus zien is dat aan Gods wetgeving wel een paar dingen vooraf gaan. God stelt Zich namelijk eerst voor als de God die KIEST. Daarom lezen we „Ik ben de HEER uw God’. God verbindt Zich eerst aan de mens – dan volgt de bevrijding en daarna „pas‟ horen we iets over wetten. Het is bij God dus: VERKIEZING – BEVRIJDING – WETGEVING. Deze drie horen voor God altijd bij elkaar, en ook in deze volgorde. God kiest eerst voor ons (niet wij eerst voor Hem). Dan als tweede bevrijdt God ons (ook daarbij doet God alles, wij kunnen net als het volk Israël niet onszelf bevrijden). En dan, als derde volgen de wetten waarin mensen ook betrokken worden.

Maar, voordat we bij die wetten komen, moeten we nog even terug naar de aanhef. Want wat staat er nu ook weer precies in dat tweede gedeelte? Daar staat „Die u uit Egypte, uit de slavernij bevrijd heb. Eigenlijk hebben we er al over gesproken... God heeft Zijn verkiezing omgezet in daden. God is niet iemand die met eerbied gesproken zegt „Nou, ik kies voor jou. Ik sta achter je hoor! Zet „m op!‟ .... Nee! God kiest niet alleen voor onze bevrijding, maar Hij maakt er ook werk van. (Tussen twee haakjes: Dat is uniek in de wereld! Van heel veel goden weten we dat ze zich aan de mens voorstellen. Bijvoorbeeld: “Hoi, ik ben Yoga en ik wil graag dat je gelukkig bent!” Of: “Ik ben Geld. Ik geef je alles wat je hartje begeert.” ... Er is echter maar Één God die vervolgens ook Zelf écht werk maakt van Zijn beloften aan de mens. Zo is onze God!). God gaat aan de slag het Israël en Egypte. Hij bevrijdt het volk. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad en zelfs voeten op de bodem van de zee.... Kent u het verhaal van de doortocht door de Rode Zee? Toen ze daar doorheen waren was Gods bevrijding dan toch echt een feit. Israëls achtervolgers verdronken in het water van Gods toorn – en ze waren VRIJ! VRIJ om God te dienen.Hoewel deze bevrijding nu al langgeleden is, denken wij er in de christelijke gemeente nog heel regelmatig aan. Weet u wanneer? Als er een kind gedoopt wordt! Het water van de doop heeft alles te maken met die bevrijding uit Egypte... Net zoals Israël door het water heen – waarin ze eigenlijk hadden moeten verdrinken – werd gered, zo wordt iedereen die gedoopt wordt ook door het water heen gered. De doop door onderdompeling laat dat heel mooi zien, maar ook bij een baby is dat zo: te lang onder water zou je dood betekenen. Maar dankzij Gods verkiezing én bevrijding wordt het doopwater een teken van de bevrijding die God wil geven. Echte vrijheid komt van God.

Gemeente, het is nu precies déze vrijheid die God aan iedereen wil geven. Ziet u hoe het werkt bij God? Op VERKIEZING volgt BEVRIJDING en op Bevrijding volgt WETGEVING. Want God wil die bevrijding – onze vrijheid dus – beschermen. En die bescherming van de vrijheid die we van God krijgen, ligt ook in de Tien Geboden. Ik zeg „ook‟, want God heeft meer middelen om ons te beschermen (denk aan de engelen). Maar ook de Tien Geboden hebben dus een beschermende functie in ons leven. De Tien Geboden zijn te vergelijken met waakhonden. Ik werkte vroeger elke zaterdag op een tuincentrum. Daar hadden we twee enorme waakhonden – lelijke beesten om te zien, maar wel erg waaks. 's Ochtends kon ik zelf het hek niet opendoen, dat was te gevaarlijk. Ik moest wachten tot mijn baas er was – want hem deden ze niks. Zo zijn de Tien Geboden ook. Niet de gemakkelijkste woorden uit de Bijbel, maar wel heel goed tegen indringers. Gods wet is niet zo‟n opgetutte poedel met zo‟n rose strikje in „t haar, zo‟n kwijlende allemansvriend – Nee, Gods wet is als een Herdershond....

Deze Herdershond van God kan heel wat indringers aan. Denk bijvoorbeeld aan de indringers Geldzucht, Eerzucht, Porno, Diefstal, Ruzie, Wanhoop .... Gods wet is bedoeld om de vrijheid die we aan God te danken hebben, ook in stand te houden. God kent het dagelijks leven en Hij weet als geen ander hoe vol verleidingen en moeilijkheden dat leven is. Daarom geeft Hij Zijn wetten om ons te beschermen. Net als een huisdier bij je in huis woont, zo zou de Wet van God ook thuis moeten zijn in onze huizen: altijd om ons heen. Gods wet beschermt onze huizen en onze levens. Soms zullen we ervaren dat de wet ook een andere kant heeft: dan moet de wet om ons te beschermen eerst van zich afbijten. Dan moeten we zelf gecorrigeerd worden. Maar dan is het net als bij een schaapskudde. Het gaat niet om die herdershond, het gaat om de Herder zelf. Het gaat Hem om ons leven. Wat is het bijzonder om te zien dat God Zelf de eerste stap zet. Hij KIEST ons. Ja, Hij heeft ook u gekozen. Dat kunt u zeker weten want Hij stelt Zich aan u en mij voor. Vandaag, hier, NU. Hij laat u vandaag opnieuw weten hoe kostbaar u bent. Hij heeft u niet over voor een leven in slavernij van die indringers die ik net noemde: Geldzucht, Eerzucht, Porno, Diefstal, Ruzie, Wanhoop... Nee, Hij heeft u en mij alleen over voor het Leven tot in eeuwigheid. Hij kan en wil ons bevrijden. Daarvan is de Doop het teken. Zo zeker als u gedoopt bent (of kunt worden) – zo zeker zal Hij u eeuwig Leven geven als u het Hem vraagt. Dan krijgen we de Wet als een trouwe Herdershond er bij. En tussen zijn geblaf door horen we de zachte stem van de Goede Herder die zegt: Ik houd van je.

Amen. 

(Eindhoven, 3 oktober 2010,  kand. Ben van Werven)