Page header
Nieuws Preek van de week Het gezin van de Geest (Romeinen 8 , 1-17)
dynamisch-menu-plaatje2.png

Kerkenraad

Gerrit van Maren
Reageren>>

Het gezin van de Geest (Romeinen 8 , 1-17) PDF Print E-mail
zondag, 25 mei 2008

Een geboortebewijs. Voor sommige zaken heb je een uittreksel uit het geboorteregister nodig; trouwen, naturalisatie soms ook bij een nieuwe studie. Liever geen spookstudent. Een geboortebewijs kost uiteraard geld. Maar vooruit, dan heb je tenminste een bewijs in handen.….

Hoe weet je dat je tot het gezin van God behoort? Dat je kind van God bent? Een geestelijk geboortebewijs. Daarover heeft Paulus het in hoofdstuk 8. Allen die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen Gods. U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn.

Als we het over de Heilige Geest hebben, zijn we geneigd om de bijzondere dingen ter tafel te leggen. Woorden van wijsheid, tongentaal, genezing, profetie, gaven van de Geest. Allemaal prima, hoort er allemaal bij. Is inbegrepen bij dat kado van God aan de kerk. Iemand bad ‘Heer, vul mij met uw Geest. Vijf jaar later dacht ze ‘wat heb ik eigenlijk gebeden’. Je kunt het zo vreemd en wonderlijk niet bedenken of het kan door de kracht van de Geest. Maar het begint bij dit kindschap. En het voornaamste - en misschien nog wel het moeilijkste - is dat je leeft als een kind van God. Het is als bij het huwelijk: dat is 95% de gewone dingen, het ritme van alledag, dat je samen beleeft en waar je samen voor gaat en 5% heel aparte dingen, een weekendje uit, de intimiteit. En die 95% bereidt voor op de 5% bijzondere zaken.

Zo is het ook met de Geest. 95% basic, 5% special. De Geest begint bij het kindschap, het kind-zijn. En als je dat hebt, dan heb je alles: en als je dat niet hebt, dan heb je uiteindelijk niets.

Er is een aangrijpend verhaal uit het boek Handelingen. Over Simon de Tovenaar: die wilde de bijzondere dingen die Petrus en de anderen deden in de kracht van de Geest, genezing, wonderen, vervulling. Dat zag hij wel zitten, maar wat hij niet wilde, dat was kind van God zijn.

Geestelijk leven begint bij kinderlijk leven, groeit als we als een kind ontvangen, bloeit door als een kind stralend van Gods geluk te leven. Allen die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen van God. Je mag in het gezin van God leven. Hoe kun je dat weten? Jij bent mijn kind. Is dat een speciale ervaring. Dat kan, zo op één moment, dat het doordringt of heel gestaag het vertrouwen. Hoe kom je daar aan? Bijbel lezen. Bidden. Een lied kan je zomaar treffen. Dat je diep van binnen de zekerheid ervaart. Ik ben een koninklijk kind, door de Vader bemind.

Dat heeft te maken met de stap van tot geloof komen: eerst niet Gods kind, nu als Gods kind aangenomen. Over de drempel heen. Maar dat heeft ook te maken met het vervolg, het gaan voor de Geest. En daar heeft Paulus het vooral over in Romeinen 8. Leven als een echt kind van God.

Daarover schrijft Paulus behoorlijk pittige dingen. Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden, is gericht op wat hij zelf wil. Wie zich door zijn eigen wil laat leiden, kan God niet behagen. Daar beleeft God geen plezier aan. Iemand die zich niet laat leiden door de Geest van Christus behoort Christus niet toe. Da’s forse taal in dit mooie hoofdstuk. En daar doen we ook geen millimeter aan af. Kinderen van God; dat kan slechts als we ons laten leiden door de Geest.

Als dit een beetje moeilijk geformuleerd is, de vraag even anders gesteld: wil je Jezus een lift geven of mag Hij achter het stuur zitten in je leven? Heeft God het voor het zeggen, of bepaal je het zelf?

Als het antwoord negatief is, dan heb ik slecht en goed nieuws! Slecht nieuws: als je niet laat leiden door de Geest, als je zelf bepaalt wat goed of fout is, hoe je je leven inricht, dan ben je niet verbonden met Jezus. Meer kan ik er niet van maken. Dan behoor je Hem niet toe. Dan is er geen relatie. Het goede nieuws is, dat daar vandaag direct een verandering in kan komen. Als je je laat leiden door de Geest. Als je bidt: Heilige Geest van God, ik ben mijn eigen weg gegaan, het ging mis, ook al leek het wel aardig te gaan. Ik heb u nodig.

Dan is de Geest niet ver weg. Dan houdt Hij zich niet stil. Dan mag je bij God komen, dan mag je bij God terugkomen. De Heilige Geest wil ons leven leiden. En wat doet Hij dan? Het eerste wat Paulus daarbij noemt, is de enorme vertrouwelijkheid die je dan mag hebben, met God in de hemel. Je mag Hem vader noemen, papa/abba. De Heilige Geest is als de moeder die een kind de eerste woordjes leert: toet-toet, papa. Geen angst meer voor God, maar de vertrouwensband.

Hij zorgt voor mij, langs welke weg mijn leven ook leidt. Geen angst meer voor wat ik verkeerd gedaan heb, Hij is een genadige vader. En ook geen angstige levensstijl of God wel tevreden is met wat je doet.En als we dat wel eens kwijt zijn. Dat kan zomaar. Je kunt in de dip terechtkomen. Je kunt in de zonde terechtkomen: ben ik nog wel Gods kind, zijn beminde? Dan is het de Heilige Geest die in ons binnenste zegt: je bent Gods kind.

Romeinen 8 wordt wel eens genoemd de Himalaya van het Nieuwe Testament, hoog in de lucht, en vers 16 de top van de Mount-Everest: kind van God. Zo hoog! Maar is het juist niet iets voor het laagland, neder-land, de diepte: je hebt toch een Vader, zeg. Abba! De knuffel van God. De hug van de Heilige Geest. O ja, ik weet het weer. Ik ben een kind van God.