|
Op wie zou jij willen lijken? Deze vraag zie je nog wel eens terugkomen in bepaalde interviews. Sommige mensen die deze vraag beantwoorden, komen aanzetten met bijbelse figuren. Te denken valt aan Paulus of Daniel. Opvallend is het dat Esther eigenlijk nooit genoemd wordt. Waarschijnlijk heeft dat zo zijn redenen. We zien bijvoorbeeld dat Esther -en Mordechai ook- zich niet willen identificeren met de Joden in Palestina. Liever blijven ze in het Perzische rijk wonen. Ook kunnen we denken aan het feit dat Esther zich niet aan de spijswetten houdt (iets dat Daniël en zijn vrienden wel doen) en dat zij zomaar het bed deelt met de koning (Esth. 2:17). Nee, niet echt iemand waarop wij als christenen willen lijken. Maar toch….ik denk dat we als christenen wel wat van deze Esther kunnen leren. Esther had het goed. Ze wint de ‘schoonheidswedstrijd’ en zit nu in het paleis van de koning. Een betere plek is er niet. Het ontbreekt haar aan niets! En dat alles door haar gaven en talenten…. En eigenlijk geldt dat ook voor ons. Ook wij leven in een paleis. De jeugd heeft vaak de nieuwste gadgets op zak, dure merkkleding, mobieltjes, etc. En dat geldt ook voor de ouderen. Een mooi huis, een mooie auto en we kunnen onszelf tegen weet ik wat niet allemaal verzekeren. Ook wij hebben alles wat ons hartje begeert. Maar is dat dan erg? Dit hebben we toch voor elkaar gekregen door goed gebruik te maken van onze gaven en talenten? Het is erg wanneer we ons daarop gaan focussen en zo geen oog meer hebben voor datgene wat rondom ons gebeurt. Onze gaven en talenten hebben we namelijk niet alleen voor onszelf te houden. Esther zit ondertussen prins(es)heerlijk in het paleis, maar dan komt Mordechai haar rust verstoren. Esther moet voor de zaak van de Joden gaan pleiten. “Zoveel bereikt en nu moet ik het opgeven?” Ja, het leven in het paleis brengt bepaalde risico’s met zich mee. Je gaven en talenten enkel en alleen voor jezelf houden, gaat je een keer opbreken. Esther die moet hier dus mee aan de slag gaan. Daarbij mag ze ook weten dat ze niet voor niets in het paleis zit. God heeft haar op die positie gezet. Om er zo te kunnen zijn voor de Joden. We zien daarna dan ook dat Esther zich het lot van de Joden gaat aantrekken. Alles wat ze bereikt heeft, gaat ze in de waagschaal stellen. “Kom ik om, goed, dan kom ik om!” Ze komt in actie. En dat mag ook voor ons gelden. Wij leven in een paleis en wij zijn daarin gekomen door de gunst van God, maar als we ons blindstaren op ons paleis en datgene wat door ons (met onze gaven en talenten) bereikt is, kan dat wel eens rampzalige gevolgen voor ons hebben in de toekomst (c.f. Matth. 25:31 e.v.). Daarom is het belangrijk dat ook wij vanuit ons paleis overgaan tot actie. En voor wie moeten wij dan in actie komen? Esther doet het voor de Joden. Jezus doet het voor de hele mensheid (c.f. Fil. 2:5-8). Jezus identificeert zich met hoeren, tollenaren, melaatsen en Samaritanen. Met zondaars en zondaressen. Met het uitschot van de maatschappij. En je als dat gaat beseffen, dan ga je als christen over tot actie en blijf je niet zitten in je paleis. Als je de liefde van God hebt ervaren in je leven, dan kun je niet stil blijven zitten. Dan kom je graag in actie voor hem/haar die je ontmoet op de levensweg en die graag gebruik wil maken van jouw gaven en talenten. Op wie zou jij willen lijken? Op Esther? Ik hoop het. Maar nog meer hoop ik dat we als christenen zullen zeggen: “Laat mij maar steeds meer op Jezus gaan lijken!” (Eindhoven, 12 februari 2012, kand. I. Pauw) |